Marcel Idink zag zijn team afgelopen zondag geen al te beste beurt maken, een week voor de competitiestart. Hestia Bilzen botste op een gretig Sporting Pelt dat de vice-kampioen kansloos achterliet. Doch wil coach Idink focussen, net als vorig seizoen, op het bouwen van een damesteam, groeiend uit jong talent.
Wij spraken met de coach in aanloop naar de competitiestart van komend weekend.
Coach, in wat voor Sporting Pelt een soort van referentiematch was, zag ik jouw team bij momenten stevig bijsturen. Mag ik daaruit besluiten dat jouw team nog in een opbouwproces zit richting de competitiestart?
“Bijsturen is waar ik mee bezig ben omdat we namelijk een hele jonge ploeg hebben”, verklaart de Bilzerse T1. “Die meiden mogen en moeten fouten maken. En dan moet ik ze daarin wel sturen om het de volgende keer wel beter te doen. We hebben veel meisjes van 18 jaar of jonger, die moeten die aansluiting gaan maken. En daar zijn we allemaal de hele week mee bezig. We trainen er hard voor maar het gaat allemaal niet zo snel als we allemaal zouden willen. Je moet daar geduld in hebben maar wel de kleine dingen aanhalen en die ook benoemen. Het heeft gewoon tijd nodig. De uitdaging is groot maar dat vindt ik ook wel leuk.”
Tot slot, jouw ploeg is de vice-kampioen, is er een soort van nawee blijven hangen na het missen van de promotie of helemaal niet?
“In mijn beleving niet alleszins, en ik heb ook geen idee of dat binnen de ploeg speelt”, gaat Idink verder. “Vorig seizoen zat heel veel mee. We zijn gevrijwaard gebleven van blessures, kortweg alles zat mee. Het is natuurlijk geen ABC’tje dat dat dit jaar weer is. We zullen er voor strijden en dan kijken we rond Kerst waar we staan. Maar het is niet zo dat we de uitgesproken titelfavoriet zijn omdat we vorig seizoen zo’n goed seizoen hebben gedraaid.”
“Dat moeten we dit jaar zien te herhalen maar dat is geen appeltje-eitje. Vorig jaar liep alles ineens allemaal soepel maar dat is voor dit jaar niet anders. We moeten vooral bouwen en zorgen dat de kern breder wordt op het niveau waar wij die willen hebben.”
RV: Frank Gielen